Naam:Jacobus Henricus van 't Hoff
Geboorteplaats:Rotterdam
Geboorte-/sterfjaar:1852 - 1911
Geslacht:M


Titel proefschrift:Bijdrage tot de kennis van cyanazijnzuur en malonzuur
Datum promotie:22-12-1874
Promotor:E. Mulder
Faculteit:wiskunde en natuurwetenschappen
Soort doctoraat:Matheseos, Philosophiae naturalis
Soort promotie:proefschrift, publiek
Judicium:magna cum laude
Full text online:
Opmerkingen:Het Album Promotorum vermeldt achter de naam de afkorting M.A.C., hetgeen staat voor Member Australian Club. Van 't Hoff studeerde vanaf 1869 aan de Polytechnische School in Delft en behaalde in twee jaar (in plaats van drie) het diploma van technoloog. Hij raakte geïnteresseerd in de eigenschappen en de structuren van moleculen en studeerde in Leiden verder. Daarna werkte Van 't Hoff een jaar in Bonn bij August Kekulé (de ontdekker van de benzeenstructuur). Terug in Nederland haalde Van 't Hoff zijn doctoraat in 1873 aan de Utrechtse universiteit. Daarna ging hij op aanraden van Kekulé naar Parijs om bij Wurtz, een andere organisch-chemische grootheid uit die tijd, te werken. Zo kreeg Van 't Hoff de kans om via Europese coryfeeën zijn kennis van en inzicht in de chemie uit te breiden. In 1874 promoveerde hij. Het proefschrift was in korte tijd geschreven, hoewel de stellingen achterin wel van opmerkelijke nieuwe chemische inzichten getuigden. Kort voor de promotie publiceerde Van 't Hoff een brochure over de ruimtelijke structuur van organische verbindingen, die hem veel roem zou bezorgen. Hij was pas 22 jaar oud, maar toonde in dit 'Voorstel tot Uitbreiding der Tegenwoordig in de Scheikunde gebruikte Structuurformules in de Ruimte' aan dat deze structuren geheel anders waren dan altijd verondersteld was. De brochure werd in meerdere talen vertaald. In 1876 werd Van 't Hoff benoemd tot assistent bij de Rijks Veeartsenijschool (tegenwoordig de faculteit Diergeneeskunde van de Utrechtse universiteit). Van 't Hoffs ster rees snel. In 1877 werd hij benoemd tot lector aan de Universiteit van Amsterdam en een jaar later tot hoogleraar scheikunde. Soms vond hij zijn onderwijsverplichting belastend omdat zijn hart vooral bij het onderzoek lag. In zijn periode in Amsterdam leidde zijn onderzoek tot doorbraken op diverse gebieden van de fysische chemie. Vanaf 1891 had Van 't Hoff in Amsterdam de beschikking over een goed laboratorium aan de Nieuwe Prinsengracht. Een beroep naar de universiteit van Leipzig had Van 't Hoff in 1887 afgeslagen, maar tegen het einde van 1895 verliet hij Amsterdam. Hij was lid geworden van de Pruisische Academie van Wetenschappen en Honorar Professor aan de Universiteit van Berlijn. Nu kon hij zich geheel aan onderzoek wijden. Van 't Hoff werd diverse malen eervol onderscheiden. In 1885 werd hij gekozen tot lid van de Koninklijke Akademie van Wetenschappen, in 1892 werd hij benoemd tot lid van de academie te Göttingen. In 1893 ontving hij de Davy medal van de Engelse Royal Society en in 1894 werd hij benoemd in Frankrijk tot Chevalier de la légion d'honneur. Hij ontving eredoctoraten van de universiteiten van Harvard, Yale, Utrecht (1904) en de Technische Universiteit Delft. In Utrecht is bovendien een laboratorium naar hem vernoemd. In 1901 kreeg Van 't Hoff de allereerste Nobelprijs voor scheikunde op basis van zijn werk 'The discovery of the laws of chemical dynamics and osmotic pressure in solution'.